‘Zoektocht naar betrouwbare vakman steeds lastiger’

Vanaf 1 september is een attest bedrijfsbeheer niet langer vereist om als zelfstandige te beginnen. Tegelijkertijd is het voor steeds minder beroepen nog nodig om beroepskennis aan te tonen. ‘We zullen niet meteen overspoeld worden door cowboys, maar de consument kan maar beter voorzichtig zijn.’

Hoewel het attest bedrijfsbeheer niet veel om het lijf had, maken zelfstandigenorganisaties zich toch zorgen nu het attest vanaf 1 september verdwijnt en er niets in de plaats komt. Ze kunnen niet uitsluiten dat het aantal faillissementen omhoog schiet. En dat houdt ook voor de consument risico’s in. Want wat als die een voorschot betaalt aan een bouwaannemer die vervolgens failliet gaat? Omdat die consument geen bevoorrechte schuldeiser is, is de kans groot dat de consument zijn geld kwijt is.

‘Als werkelijk iedereen loodgieter of metser kan worden, is de consument helemaal weerloos.’

Geert Coene
Test-Aankoop

Unizo-topman Danny Van Assche verwijst naar Eurostatcijfers, waaruit blijkt dat 62 procent van de Belgische starters na vijf jaar nog altijd bestaat. Dat is veel meer dan in onze buurlanden, waar de overlevingspercentages na vijf jaar variëren van 39 tot 52 procent. ‘België had als enige zo’n attest bedrijfsbeheer, het is dus toch een beetje afwachten of de afschaffing ervan geen effect zal hebben op het overlevingspercentage van jonge zelfstandigen. Het attest bedrijfsbeheer stelde misschien niet veel voor, maar het heeft veel beginnende starters toch minstens eens even doen stilstaan bij enkele essentiële zaken’, zegt de Unizo-topman.

Tegelijkertijd schrapt de Vlaamse overheid voor tal van beroepen ook de voorwaarden van beroepskennis. Die moesten verzekeren dat vakmannen een erkende opleiding hadden gevolgd of toch minstens voldoende relevante ervaring hadden opgedaan. ‘Veel beroepsfederaties betreuren deze evolutie’, weet Van Assche op. ‘De consument heeft niet langer de garantie dat een vakman een erkende opleiding heeft gevolgd of toch minstens voldoende ervaring heeft.’ ‘Dat kan een regelrechte ramp worden voor de consument,’ waarschuwt Test-Aankoop.

Kaas zonder gaten

Van Assche: ‘Wij hadden liever het behoud van het attest bedrijfsbeheer gezien, maar dan op een betere manier. Want er zaten zoveel gaten in de kaas, dat er geen kaas meer overschoot.’ Het attest moest verzekeren dat starters toch minstens een basiskennis van economie en financiën hadden. Maar het systeem geraakte helemaal uitgehold. Een humaniora-diploma volstond in de meeste gevallen al om het attest te krijgen. En de startende zaakvoerder moest niet noodzakelijk zelf de kennis kunnen voorleggen. Had je regelmatig contact met een oom die zelf een onderneming had, dan was dat uiteindelijk ook al voldoende.

Ook Christine Mattheeuws van het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) was geen voorstander van het attest in zijn bestaande vorm. ‘Dat gaf sommige mensen een vals gevoel van veiligheid, alsof dat attest hen bekwaam maakte om een bedrijf te runnen. We hebben in ons eigen ondernemersloket soms ondernemingsnummers moeten toekennen aan mensen die niet eens het verschil kenden tussen winst en omzet.’

Zonder kennis

De afschaffing van het attest bedrijfsbeheer werd opgelegd door Europa. België was het enige land in Europa dat zo’n attest koppelde aan het starten van een eigen zaak en de Europese Commissie zag daarin een belemmering van het vrije ondernemerschap. Ons land mocht trouwens sowieso al geen attest vragen aan iemand van buiten België die in ons land een zaak wilde opstarten.

Vlaanderen besliste daarom als de eerste van de regio’s om de verplichting te schrappen. En in de marge daarvan werden voor tal van beroepen ook de zogenaamde attesten voor beroepsbekwaamheid tegen het licht gehouden. Die attesten moesten garanderen dat een vakman die als zelfstandige wilde beginnen toch de juiste opleidingen had gevolgd of toch minstens over de nodige relevante ervaring beschikte om zijn beroep uit te uitoefenen. Sinds begin dit jaar moeten bijvoorbeeld kappers, slagers, bakkers, opticiens, traiteurs of begrafenisondernemer niet langer een attest van beroepsbekwaamheid kunnen voorleggen en kan iedereen die beroepen uitoefenen. In totaal gaat het om zowat 15 beroepen.

En als het van de Vlaamse regering afhangt, is vanaf 1 januari 2019 is ook voor de nog resterende 11 gereglementeerde beroepen uit de bouwsectorniet langer een attest van beroepsbekwaamheid nodig. Het gaat onder meer om stukadoors, aannemers, dakwerkers, schrijnwerkers, elektriciens of verwarmingsinstallateurs. De Vlaamse regering bereikte daarover al een akkoord, al moet de maatregel nog worden goedgekeurd door het Vlaams parlement.

‘Vroeger gingen mensen ook niet in zee met de eerste de beste vakman die ze in de Gouden Gids vonden.’

Christine Mattheeuws
Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen

‘Dat zou een regelrechte ramp voor de consumentzijn’, reageert Geert Coene van consumentenorganisatie Test-Aankoop. ‘Er is nu al geen echte kwaliteitsbewaking in de bouwsector. De vereiste van beroepsbekwaamheid is zowat het enige houvast voor de consument om toch nog enigszins de kwaliteit van het werk te kunnen waarborgen. Als werkelijk iedereen loodgieter of metser kan worden, is de consument helemaal weerloos.’

Bij het kabinet van Vlaams minister van Werk Philippe Muyters geloven ze niet dat de vereiste van beroepsbekwaamheid noodzakelijk zijn om de kwaliteit tegenover de consument te garanderen. ‘Er is ook meer algemene regelgeving van toepassing op de desbetreffende beroepen. Het gaat bijvoorbeeld over volksgezondheid, voedselveiligheid, kwaliteit en milieu. De kwaliteit van de dienstverlening wordt dus al gewaarborgd door andere wetten, zoals bijvoorbeeld de broodwetgeving, de warenwetgeving of de wetgeving voor begraafplaatsen, elk met hun eigen controleorganen. Aparte voorwaarden opleggen in een aparte vestigingswetgeving is met andere woorden overbodig.’

Cowboys

Meer dan ooit heeft de consument er dus alle belang bij om omzichtig om te springen met de zelfstandige vakmannen met wie hij in zee gaat. Dat is niet makkelijk, zeker nu veel meer houvast verdwijnt.

Test-Aankoop raadt alvast aan de Kruispuntbank voor Ondernemingen te raadplegen. Die registreert alle ondernemingen in ons land en consumenten kunnen er ook nagaan of een onderneming over de nodige attesten beschikt (zolang die nog nodig zijn natuurlijk).

‘Zeker in de bouwsector is het ook belangrijk om altijd goed de referenties te controleren. Contacteer eerdere klanten om te achterhalen of zij tevreden zijn over de geleverde kwaliteit. En raadpleeg ook zeker de architect, die is nog het beste geplaatst om te weten wie degelijk werk levert’, zegt Coene.

Mattheeuws gelooft ook heel sterk in de kracht van sociale media en reviews. ‘Vroeger gingen mensen ook niet in zee met de eerste de beste vakman die ze in de Gouden Gids vonden. Ze gingen voort op mond-aan-mondreclame. Ook nu blijft dat een belangrijk graadmeter om de betrouwbaarheid in te schatten. En met sociale media hebben consumenten er nog een belangrijk wapen bij, want nu is het ook mogelijk om onlinereviews te vinden van vakmannen.’

Nog een eventuele graadmeter voor de betrouwbaarheid van zelfstandige ondernemers is het lidmaatschap van eventuele beroepsverenigingen. Dat geeft toch al een indicatie of een ondernemer bezig is met zijn beroep en ook bijkomende opleidingen volgt’, besluit Van Assche.

Het uitkiezen van en werken met competente vakmensen wordt meer dan ooit belangrijk! Doe een beroep op onze vakkennis en u heeft een dak voor het leven.
Richt u voor al uw dakwerken tot ons team vakbekwame dakinspecteurs en gecertificeerde plaatsers.

De slimme stedeling & de verfrissende verdichting

Groenblauwe dooradering helpt tegen aanhoudende hitte maar vergt tijd en investeringen

Voortschrijdend inzicht over de complexe noden van stadsvernieuwing en kernversterkende projecten. Dat brengen de weersveranderingen van elk seizoen met zich mee. In de meimaand hebben regenval en overstromingen pijnlijk duidelijk gemaakt dat er dringend werk dient gemaakt te worden van water-robuuste bouwtechnieken. In de julimaand onderlijnt de aanhoudende hitte de nood aan meer groen in bouwprojecten alsook het belang van waterlopen en -partijen in stedelijke centra. De bouw beschikt over de natuurtechnische knowhow om dit in de kernen te verwezenlijken als het instrument voor een leefbare stadsomgeving. Slim vormgeven van stedelijke landschappen gaat evenwel niet van vandaag op morgen.

Dijledelta Leuven – foto van Ontwerpbureau Pauwels bvba

Geen verkoeling in de stad zonder groen en water

Beduidend warmere temperaturen in stedelijke centra in vergelijking met omliggend gebied: de aanhoudende hitte heeft dit opnieuw onder de aandacht gebracht. Vanwege het hitte-eilandeffect kunnen intussen de temperaturen in de kernen ’s nachts tot 8 graden hoger liggen dan in de rand. Om een adequaat antwoord te bieden aan deze versnelde veranderingen in ons klimaat zijn veel meer natuurtechnische toepassingen in de bouw hoognodig.

Vandaag rijzen dan ook over heel Vlaanderen kwaliteitsvolle projecten uit de grond met oog voor groenblauwe dooradering om de aantrekkelijkheid en de inbedding in de omgeving te stimuleren. Dat betekent ruime aandacht voor groen – zoals groene daken en gevels, terrastuinen, stadsparkjes enz. – en de aanwezigheid van waterpartijen die uitnodigen om ontmoetingsplaatsen te creëren in vaak een verkeersluwe omgeving. Niet het minst hebben al deze groenblauwe accenten een gunstig effect op de leefomstandigheden in kernen.

Aanhoudende hitte vergt inzicht in stedelijk landschap

Om de leefbaarheid in stedelijke centra drastisch te verbeteren en de honderdduizenden gezinnen die er lijken bij te gaan komen comfortabel te huisvesten via verdichtingsprojecten, hebben lokale besturen dringend brede inzichten nodig in de structuur en het landschap van hun stad en in de noden van hun (toekomstige) inwoners op bijv. wijkniveau. Met landschapsarchitectuur hebben zij de troeven in handen om ruimtelijk rendement te verbinden aan de creatie van kwaliteitsvolle woonomgevingen die proactief omgaan met huidige knelpunten zoals hitte-eilandeffecten, mogelijke overstromingen maar ook het tegengaan van fijn stof.

Zo kan het openleggen van waterlopen, de renovatie van kaaimuren, de aanleg van pleinen dichtbij waterpartijen in binnensteden en de ontwikkeling van omliggend gebied tot woon-, rust- en ontmoetingspunten een gunstige impact hebben op het klimaat in kernen en ook een opwaardering van de woonomgeving bewerkstelligen. Er is immers nog al te vaak terughoudendheid bij velen ten aanzien van wonen in stedelijke centra. Uit recente enquêtes blijkt bovendien dat eveneens stadsinwoners op zoek zijn naar voldoende groene ruimte, rust, comfort en veiligheid. Die noden zijn onlosmakelijk verbonden met de inpassing van water en milieutechnische ingrepen in zowel nieuwe projecten als bestaande gebouwen. Het vorm geven van die stedelijke landschappen zal uiteraard de nodige voorbereiding en budgettaire middelen vergen. Een goede wisselwerking tussen de bouw en lokale overheden kunnen het studiewerk en de vergunningsprocedure optimaal stroomlijnen. Dit kan heel wat tijdswinst opleveren.

Bouw specialiseert zich in groenvoorziening

Bij grote projecten zijn bouwbedrijven reeds tijdens de ontwerpfase actief betrokken om de technische uitwerking van de water- en groenelementen te waarborgen. De Vlaamse Confederatie Bouw zet zelf al geruime tijd in op de uitbouw van een kenniscentrum om de toepassingen van ecologische en natuurtechnische materialen en handelingen in de bouw te stimuleren. Een betere kennis van producten en technieken moet het vertrouwen in deze verhogen en zo de toepassing ervan nog verder aanmoedigen. De Confederatie Bouw heeft sinds kort trouwens een beroepsfederatie in haar rangen die aannemers beslagen in gevel- en dakgroen, gespecialiseerd advies en gerichte dienstverlening verschaft.

Project Tivoli Green City in Laken

Berlijn al drie decennia voorloper

Sinds de jaren 80 zet de Duitse hoofdstad intensief in op een doordacht groenbeleid. Niet alleen bestaat meer dan een vierde van het Berlijnse grondgebied uit parken, bossen en water, ook de grote aanwezigheid van groene daken en gevels speelt een grote rol. Of het nu woongelegenheden, kantoren, winkels of sportfaciliteiten zijn, allemaal maken ze gebruik van groendaken. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Berlijn koploper is.

Daarbij is het goed om te weten dat Berlijn – alom bekend als de groene stad van Europa – vergelijkbare karakteristieken vertoont met de Vlaamse ruit (tussen Gent, Antwerpen, Brussel en Leuven). Berlijn – een stad met een oppervlakte van 890 km² en met 3,5 miljoen inwoners – omvat een netwerk van tientallen voorsteden met een uitgesproken landelijk karakter. Op dat vlak lijken we een parallel te kunnen trekken met de Vlaamse ruit als verstedelijkte lob met een netwerk van knooppunten inclusief locaties met landelijk karakter.

www.vcb.be

Het merendeel van de daken in Berlijn wordt afgedicht met de wortelwerende en luchtzuiverende TOP-bitumenbanen van de plaatselijke fabrikant W. Quandt GmbH. Check de referentielijst op hun of onze website! Laat nu net W. Quandt onze hoofdprincipaal zijn waarvan wij alle dakbanen op de Belgische markt brengen!

 

Pin It on Pinterest