‘Zoektocht naar betrouwbare vakman steeds lastiger’

Vanaf 1 september is een attest bedrijfsbeheer niet langer vereist om als zelfstandige te beginnen. Tegelijkertijd is het voor steeds minder beroepen nog nodig om beroepskennis aan te tonen. ‘We zullen niet meteen overspoeld worden door cowboys, maar de consument kan maar beter voorzichtig zijn.’

Hoewel het attest bedrijfsbeheer niet veel om het lijf had, maken zelfstandigenorganisaties zich toch zorgen nu het attest vanaf 1 september verdwijnt en er niets in de plaats komt. Ze kunnen niet uitsluiten dat het aantal faillissementen omhoog schiet. En dat houdt ook voor de consument risico’s in. Want wat als die een voorschot betaalt aan een bouwaannemer die vervolgens failliet gaat? Omdat die consument geen bevoorrechte schuldeiser is, is de kans groot dat de consument zijn geld kwijt is.

‘Als werkelijk iedereen loodgieter of metser kan worden, is de consument helemaal weerloos.’

Geert Coene
Test-Aankoop

Unizo-topman Danny Van Assche verwijst naar Eurostatcijfers, waaruit blijkt dat 62 procent van de Belgische starters na vijf jaar nog altijd bestaat. Dat is veel meer dan in onze buurlanden, waar de overlevingspercentages na vijf jaar variëren van 39 tot 52 procent. ‘België had als enige zo’n attest bedrijfsbeheer, het is dus toch een beetje afwachten of de afschaffing ervan geen effect zal hebben op het overlevingspercentage van jonge zelfstandigen. Het attest bedrijfsbeheer stelde misschien niet veel voor, maar het heeft veel beginnende starters toch minstens eens even doen stilstaan bij enkele essentiële zaken’, zegt de Unizo-topman.

Tegelijkertijd schrapt de Vlaamse overheid voor tal van beroepen ook de voorwaarden van beroepskennis. Die moesten verzekeren dat vakmannen een erkende opleiding hadden gevolgd of toch minstens voldoende relevante ervaring hadden opgedaan. ‘Veel beroepsfederaties betreuren deze evolutie’, weet Van Assche op. ‘De consument heeft niet langer de garantie dat een vakman een erkende opleiding heeft gevolgd of toch minstens voldoende ervaring heeft.’ ‘Dat kan een regelrechte ramp worden voor de consument,’ waarschuwt Test-Aankoop.

Kaas zonder gaten

Van Assche: ‘Wij hadden liever het behoud van het attest bedrijfsbeheer gezien, maar dan op een betere manier. Want er zaten zoveel gaten in de kaas, dat er geen kaas meer overschoot.’ Het attest moest verzekeren dat starters toch minstens een basiskennis van economie en financiën hadden. Maar het systeem geraakte helemaal uitgehold. Een humaniora-diploma volstond in de meeste gevallen al om het attest te krijgen. En de startende zaakvoerder moest niet noodzakelijk zelf de kennis kunnen voorleggen. Had je regelmatig contact met een oom die zelf een onderneming had, dan was dat uiteindelijk ook al voldoende.

Ook Christine Mattheeuws van het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) was geen voorstander van het attest in zijn bestaande vorm. ‘Dat gaf sommige mensen een vals gevoel van veiligheid, alsof dat attest hen bekwaam maakte om een bedrijf te runnen. We hebben in ons eigen ondernemersloket soms ondernemingsnummers moeten toekennen aan mensen die niet eens het verschil kenden tussen winst en omzet.’

Zonder kennis

De afschaffing van het attest bedrijfsbeheer werd opgelegd door Europa. België was het enige land in Europa dat zo’n attest koppelde aan het starten van een eigen zaak en de Europese Commissie zag daarin een belemmering van het vrije ondernemerschap. Ons land mocht trouwens sowieso al geen attest vragen aan iemand van buiten België die in ons land een zaak wilde opstarten.

Vlaanderen besliste daarom als de eerste van de regio’s om de verplichting te schrappen. En in de marge daarvan werden voor tal van beroepen ook de zogenaamde attesten voor beroepsbekwaamheid tegen het licht gehouden. Die attesten moesten garanderen dat een vakman die als zelfstandige wilde beginnen toch de juiste opleidingen had gevolgd of toch minstens over de nodige relevante ervaring beschikte om zijn beroep uit te uitoefenen. Sinds begin dit jaar moeten bijvoorbeeld kappers, slagers, bakkers, opticiens, traiteurs of begrafenisondernemer niet langer een attest van beroepsbekwaamheid kunnen voorleggen en kan iedereen die beroepen uitoefenen. In totaal gaat het om zowat 15 beroepen.

En als het van de Vlaamse regering afhangt, is vanaf 1 januari 2019 is ook voor de nog resterende 11 gereglementeerde beroepen uit de bouwsectorniet langer een attest van beroepsbekwaamheid nodig. Het gaat onder meer om stukadoors, aannemers, dakwerkers, schrijnwerkers, elektriciens of verwarmingsinstallateurs. De Vlaamse regering bereikte daarover al een akkoord, al moet de maatregel nog worden goedgekeurd door het Vlaams parlement.

‘Vroeger gingen mensen ook niet in zee met de eerste de beste vakman die ze in de Gouden Gids vonden.’

Christine Mattheeuws
Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen

‘Dat zou een regelrechte ramp voor de consumentzijn’, reageert Geert Coene van consumentenorganisatie Test-Aankoop. ‘Er is nu al geen echte kwaliteitsbewaking in de bouwsector. De vereiste van beroepsbekwaamheid is zowat het enige houvast voor de consument om toch nog enigszins de kwaliteit van het werk te kunnen waarborgen. Als werkelijk iedereen loodgieter of metser kan worden, is de consument helemaal weerloos.’

Bij het kabinet van Vlaams minister van Werk Philippe Muyters geloven ze niet dat de vereiste van beroepsbekwaamheid noodzakelijk zijn om de kwaliteit tegenover de consument te garanderen. ‘Er is ook meer algemene regelgeving van toepassing op de desbetreffende beroepen. Het gaat bijvoorbeeld over volksgezondheid, voedselveiligheid, kwaliteit en milieu. De kwaliteit van de dienstverlening wordt dus al gewaarborgd door andere wetten, zoals bijvoorbeeld de broodwetgeving, de warenwetgeving of de wetgeving voor begraafplaatsen, elk met hun eigen controleorganen. Aparte voorwaarden opleggen in een aparte vestigingswetgeving is met andere woorden overbodig.’

Cowboys

Meer dan ooit heeft de consument er dus alle belang bij om omzichtig om te springen met de zelfstandige vakmannen met wie hij in zee gaat. Dat is niet makkelijk, zeker nu veel meer houvast verdwijnt.

Test-Aankoop raadt alvast aan de Kruispuntbank voor Ondernemingen te raadplegen. Die registreert alle ondernemingen in ons land en consumenten kunnen er ook nagaan of een onderneming over de nodige attesten beschikt (zolang die nog nodig zijn natuurlijk).

‘Zeker in de bouwsector is het ook belangrijk om altijd goed de referenties te controleren. Contacteer eerdere klanten om te achterhalen of zij tevreden zijn over de geleverde kwaliteit. En raadpleeg ook zeker de architect, die is nog het beste geplaatst om te weten wie degelijk werk levert’, zegt Coene.

Mattheeuws gelooft ook heel sterk in de kracht van sociale media en reviews. ‘Vroeger gingen mensen ook niet in zee met de eerste de beste vakman die ze in de Gouden Gids vonden. Ze gingen voort op mond-aan-mondreclame. Ook nu blijft dat een belangrijk graadmeter om de betrouwbaarheid in te schatten. En met sociale media hebben consumenten er nog een belangrijk wapen bij, want nu is het ook mogelijk om onlinereviews te vinden van vakmannen.’

Nog een eventuele graadmeter voor de betrouwbaarheid van zelfstandige ondernemers is het lidmaatschap van eventuele beroepsverenigingen. Dat geeft toch al een indicatie of een ondernemer bezig is met zijn beroep en ook bijkomende opleidingen volgt’, besluit Van Assche.

Het uitkiezen van en werken met competente vakmensen wordt meer dan ooit belangrijk! Doe een beroep op onze vakkennis en u heeft een dak voor het leven.
Richt u voor al uw dakwerken tot ons team vakbekwame dakinspecteurs en gecertificeerde plaatsers.

De slimme stedeling & de verfrissende verdichting

Groenblauwe dooradering helpt tegen aanhoudende hitte maar vergt tijd en investeringen

Voortschrijdend inzicht over de complexe noden van stadsvernieuwing en kernversterkende projecten. Dat brengen de weersveranderingen van elk seizoen met zich mee. In de meimaand hebben regenval en overstromingen pijnlijk duidelijk gemaakt dat er dringend werk dient gemaakt te worden van water-robuuste bouwtechnieken. In de julimaand onderlijnt de aanhoudende hitte de nood aan meer groen in bouwprojecten alsook het belang van waterlopen en -partijen in stedelijke centra. De bouw beschikt over de natuurtechnische knowhow om dit in de kernen te verwezenlijken als het instrument voor een leefbare stadsomgeving. Slim vormgeven van stedelijke landschappen gaat evenwel niet van vandaag op morgen.

Dijledelta Leuven – foto van Ontwerpbureau Pauwels bvba

Geen verkoeling in de stad zonder groen en water

Beduidend warmere temperaturen in stedelijke centra in vergelijking met omliggend gebied: de aanhoudende hitte heeft dit opnieuw onder de aandacht gebracht. Vanwege het hitte-eilandeffect kunnen intussen de temperaturen in de kernen ’s nachts tot 8 graden hoger liggen dan in de rand. Om een adequaat antwoord te bieden aan deze versnelde veranderingen in ons klimaat zijn veel meer natuurtechnische toepassingen in de bouw hoognodig.

Vandaag rijzen dan ook over heel Vlaanderen kwaliteitsvolle projecten uit de grond met oog voor groenblauwe dooradering om de aantrekkelijkheid en de inbedding in de omgeving te stimuleren. Dat betekent ruime aandacht voor groen – zoals groene daken en gevels, terrastuinen, stadsparkjes enz. – en de aanwezigheid van waterpartijen die uitnodigen om ontmoetingsplaatsen te creëren in vaak een verkeersluwe omgeving. Niet het minst hebben al deze groenblauwe accenten een gunstig effect op de leefomstandigheden in kernen.

Aanhoudende hitte vergt inzicht in stedelijk landschap

Om de leefbaarheid in stedelijke centra drastisch te verbeteren en de honderdduizenden gezinnen die er lijken bij te gaan komen comfortabel te huisvesten via verdichtingsprojecten, hebben lokale besturen dringend brede inzichten nodig in de structuur en het landschap van hun stad en in de noden van hun (toekomstige) inwoners op bijv. wijkniveau. Met landschapsarchitectuur hebben zij de troeven in handen om ruimtelijk rendement te verbinden aan de creatie van kwaliteitsvolle woonomgevingen die proactief omgaan met huidige knelpunten zoals hitte-eilandeffecten, mogelijke overstromingen maar ook het tegengaan van fijn stof.

Zo kan het openleggen van waterlopen, de renovatie van kaaimuren, de aanleg van pleinen dichtbij waterpartijen in binnensteden en de ontwikkeling van omliggend gebied tot woon-, rust- en ontmoetingspunten een gunstige impact hebben op het klimaat in kernen en ook een opwaardering van de woonomgeving bewerkstelligen. Er is immers nog al te vaak terughoudendheid bij velen ten aanzien van wonen in stedelijke centra. Uit recente enquêtes blijkt bovendien dat eveneens stadsinwoners op zoek zijn naar voldoende groene ruimte, rust, comfort en veiligheid. Die noden zijn onlosmakelijk verbonden met de inpassing van water en milieutechnische ingrepen in zowel nieuwe projecten als bestaande gebouwen. Het vorm geven van die stedelijke landschappen zal uiteraard de nodige voorbereiding en budgettaire middelen vergen. Een goede wisselwerking tussen de bouw en lokale overheden kunnen het studiewerk en de vergunningsprocedure optimaal stroomlijnen. Dit kan heel wat tijdswinst opleveren.

Bouw specialiseert zich in groenvoorziening

Bij grote projecten zijn bouwbedrijven reeds tijdens de ontwerpfase actief betrokken om de technische uitwerking van de water- en groenelementen te waarborgen. De Vlaamse Confederatie Bouw zet zelf al geruime tijd in op de uitbouw van een kenniscentrum om de toepassingen van ecologische en natuurtechnische materialen en handelingen in de bouw te stimuleren. Een betere kennis van producten en technieken moet het vertrouwen in deze verhogen en zo de toepassing ervan nog verder aanmoedigen. De Confederatie Bouw heeft sinds kort trouwens een beroepsfederatie in haar rangen die aannemers beslagen in gevel- en dakgroen, gespecialiseerd advies en gerichte dienstverlening verschaft.

Project Tivoli Green City in Laken

Berlijn al drie decennia voorloper

Sinds de jaren 80 zet de Duitse hoofdstad intensief in op een doordacht groenbeleid. Niet alleen bestaat meer dan een vierde van het Berlijnse grondgebied uit parken, bossen en water, ook de grote aanwezigheid van groene daken en gevels speelt een grote rol. Of het nu woongelegenheden, kantoren, winkels of sportfaciliteiten zijn, allemaal maken ze gebruik van groendaken. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Berlijn koploper is.

Daarbij is het goed om te weten dat Berlijn – alom bekend als de groene stad van Europa – vergelijkbare karakteristieken vertoont met de Vlaamse ruit (tussen Gent, Antwerpen, Brussel en Leuven). Berlijn – een stad met een oppervlakte van 890 km² en met 3,5 miljoen inwoners – omvat een netwerk van tientallen voorsteden met een uitgesproken landelijk karakter. Op dat vlak lijken we een parallel te kunnen trekken met de Vlaamse ruit als verstedelijkte lob met een netwerk van knooppunten inclusief locaties met landelijk karakter.

www.vcb.be

Het merendeel van de daken in Berlijn wordt afgedicht met de wortelwerende en luchtzuiverende TOP-bitumenbanen van de plaatselijke fabrikant W. Quandt GmbH. Check de referentielijst op hun of onze website! Laat nu net W. Quandt onze hoofdprincipaal zijn waarvan wij alle dakbanen op de Belgische markt brengen!

 

Voor- en nadelen van een plat dak

Kan jij bij je nieuwbouwproject maar niet beslissen tussen een plat dak of een zadeldak? Of heb je een interessante woning gespot en heeft deze een plat dak, maar weet je niet goed wat de voor- en nadelen hiervan zijn? Wij helpen je alvast verder door alles even op een rij te zetten.

Er bestaan heel wat vooroordelen over platte daken: ze barsten snel, vragen veel onderhoud, laten veel warmte binnen tijdens de zomer, enzoverder. Vroeger klopten de meeste van deze vooroordelen ook echt, maar tegenwoordig zijn platte daken enorm geëvolueerd. Wij gidsen je door de voor- en nadelen van platte daken.

Voordelen plat dak

1. Meer oppervlakte binnen de ruimte onder het dak

Een plat dak levert veel meer bruikbare vloeroppervlakte dan een schuin dak. Denk maar aan de hoeken van de bovenste verdieping van je woning. Ze zijn slechts voor sommige doelen bruikbaar. Je kunt er vaak niet rechtstaan zonder je hoofd te stoten en ook een kast plaatsen in de hoek is vaak een probleem. Een plat dak verhelpt al deze problemen meteen!

2. Vaak goedkoper

Huizen die worden afgewerkt met een plat dak zijn vaak goedkoper dan de exemplaren met een puntdak. Vooral de materiaalkosten en werkuren lopen hoger op bij een schuin dak.

3. Later bijbouwen mogelijk

Wil je later nog bijbouwen? Dan is het makkelijker om te vertrekken van een plat dan van een schuin dak. Je kunt bijvoorbeeld in een mum van tijd je plat dak omtoveren tot een dakterras of een extra verdiep bijbouwen.

4. Isolatie

Vroeger waren platte daken moeilijker te isoleren, maar tegenwoordig bestaat er witte dakbekleding voor platte daken die ervoor zorgen dat het zonlicht gereflecteerd wordt. Bye bye sauna op de bovenste verdieping!

5. Regenwater hergebruiken

Een plat dak is ideaal wanneer je regenwater wilt hergebruiken voor het sanitair of gebruik in de tuin. Het is wel belangrijk om een pH-neutrale dakbedekking te kiezen zodat de zuurtegraad van het regenwater niet verandert.

6. Groen dak of dakterras

Een plat dak is het ideale vertrekpunt om een groen dak te maken. Dat is duurzaam (het zou de levensduur van je dak met 200% kunnen verhogen), ecologisch, isoleert beter, aangenaam en op termijn bespaar je wel wat centjes. Je krijgt er tegenwoordig ook subsidies voor.

7. Zonnepanelen

Op een plat dak plaats je heel gemakkelijk enkele zonnepanelen. Je kan de hellingshoek namelijk zelf bepalen voor een optimaal rendement.

Nadelen plat dak

1. Minder duurzaam

Een plat dak is doorgaans minder duurzaam. Na een jaar of 30 is de dakbedekking aan vervanging toe, terwijl een puntdak iets langer meegaat.

2. Onderhoudskosten

Je moet er toch rekening mee houden dat het onderhouden van een plat dak ietsje duurder is. Denk daarbij aan een jaarlijks nazicht op lekkages. Zo verleng je de levensduur van je dak. Meer nog. De norm NBN B46-001 legt een regelmatig onderhoud op van het platte dak op initiatief van de eigenaar. Zo zit je zeker safe bij je verzekeringsmaatschappij indien er toch schade voorvalt.

3. Minder goede waterafvloeiing

In een plat dak kunnen sneller lekkages optreden. Een goede waterafvoer is dan ook belangrijk. Want als het regenwater blijft liggen, is de kans op schade groter.

De voordelen van een plat dak wegen dus zeker op tegen de nadelen. Het is tegenwoordig enkel een kwestie van smaak. Vinden we een plat of schuin dak mooier? Vermits een schuin dak of zadeldak zo het straatbeeld bepaalt in België, zal het nog wel even duren vooraleer er evenveel of meer platte dan schuine daken zijn.

Auteur: KCL
Foto: Ben Kraan Architecten BNA (CC BY-ND 2.0)

Woningrenovaties in Vlaanderen op dieptepunt

©ANP

In Vlaanderen werden in 2017 amper 12.837 woningrenovaties vergund. Dat is 19 procent minder dan in 2016 en het laagste cijfer sinds 1997. In Wallonië en Brussel is er geen terugval.

Voor alle duidelijkheid. Het gaat hier enkel om de renovaties waarvoor een stedenbouwkundige vergunning is vereist. Voor veel kleinere renovaties, zoals dakisolatie, moet men al jaren geen vergunning meer aanvragen. Dat is wel het geval als bijvoorbeeld de bewoonbare oppervlakte wordt uitgebreid.

Slecht nieuws voor bouw

De daling is niet alleen slecht nieuws voor de bouwsector in Vlaanderen. ‘De dalende trend op het vlak van woningrenovaties helpt niet meteen om het verouderde Vlaamse woningpatrimonium energiezuiniger te krijgen tegen 2050 en onze klimaatdoelstellingen te halen’, stelt Marc Dillen, directeur van de Vlaamse Confederatie Bouw.

Ongeveer 60 procent van de Vlaamse woningen dateren van voor 1970. Deze woningen vergen een grondige aanpak, niet in het minst op het vlak van isolatie.

Om al de Vlaamse woningen tegen 2050 voldoende energiezuinig te krijgen zouden jaarlijks 2,5 procent van de bestaande woningen grondig moeten worden gerenoveerd, ongeveer drie maal meer dan nu.

Huizen duurder

‘De prijzen van bestaande woningen zijn de laatste jaren sterk gestegen, onder meer omdat de kopers zich onvoldoende bewust zijn van de vereiste renovatiekosten en die kosten doorgaans onderschatten’, aldus Dillen.

De VCB gaat ervan uit dat de kopers voor een bestaande woning de juiste prijs zullen betalen zodra zij een beter inzicht in de vereiste renovatiekosten zullen hebben, onder meer door de woningpas en het EPC + die binnenkort in voege treden.

Omdat gezinnen tot het uiterste moeten gaan om een (vaak verouderde) woning te verwerven, hebben ze vaak niet meer de budgettaire ruimte om grondige renovaties te doen.

Minder financiële stimuli

Er zijn ook minder financiële stimuli. Die zijn bij grondige renovaties altijd relatief minder substantieel geweest dan bij kleinere renovaties die zonder vergunning kunnen gebeuren.Ze waren wel mooi meegenomen.

Nog uit te voeren renovatiewerken zijn vandaag ook  financieel moeilijker om dragen dan vroeger omdat de banken voor een hypothecaire lening een grotere eigen financiële inbreng opleggen. Vandaar dat momenteel heel wat bestaande woningen worden aangekocht zonder dat de kopers ze nadien grondig renoveren.

Meer appartementen

Ook de sterke ‘appartementisering’ in Vlaanderen speelt een rol. Bij de renovatie van appartementen is er vaak geen vergunning nodig. Bij herontwikkeling van huizen tot appartementen gaat het steeds meer om grotere projecten waarvoor per project maar één vergunning nodig is.

Brussel en Wallonië

Opvallend is dat de langetermijntrend in Vlaanderen voor vergunde renovaties minder gunstig is dan in Wallonië en Brussel.

In Vlaanderen steeg het aantal vergunde renovaties van 13.143 in 1996 naar 19.692 in 2003. Nadien is het aantal vergunningen in Vlaanderen systematisch teruggevallen tot 12.837 in 2017.

In Wallonië was er daarentegen een stijging van 7.868 in 1996 naar 9.854 in 2015. Met 9.349 vergunningen was 2015 het op op drie na beste jaar ooit.

Ook in Brussel is er geen sprake van de terugval van de vergunde renovaties. Het aantal steeg van 960 in 1996 naar 1.757 renovaties in 2017. De voorbije vijf jaar was het aantal vergunde renovaties er vrij stabiel (tussen de 1.750 en 1.850 vergunningen) per jaar.

Zijn witte daken de oplossing voor opwarmende steden?

Op hete dagen bieden wit geschilderde daken verkoeling. Dat schrijft journalist en klimaatauteur Fred Pearce. Dat is goed nieuws want met de klimaatverandering en de verstedelijking zal het hitte-eilandeffect nog toenemen. Volgens sommige experts kan lokale geo-engineering echter ook invloed hebben op andere weerfenomenen zoals de hoeveelheid regen.

Zijn witte daken de oplossing voor opwarmende steden?

De zomers in de stad kunnen heet zijn – meerdere graden warmer dan op het platteland. Recent onderzoek geeft echter aan dat dit niet noodzakelijk zo hoeft te zijn. De systematische vervanging van donkere oppervlakken door witte kan de temperatuur met 2 graden Celsius of meer verlagen. Met de klimaatverandering én de aanhoudende verstedelijking zal het hitte-eilandeffect nog toenemen. Er is dus voldoende reden om meerdere manieren te zoeken om ons koel te houden.

Hitte-eilandeffect

Het meteorologische fenomeen van het stedelijke hitte-eilandeffect is bekend sinds de opkomst van grote steden in de 19e eeuw. De materialen waarmee de meeste steden en wegen zijn gebouwd, reflecteren veel minder zonnestraling – en absorberen het meer – dan de vegetatie die ze hebben vervangen. Een deel van die energie wordt opnieuw in de vorm van warmte in de lucht afgegeven. Hoe donkerder het oppervlak, hoe sterker de opwarming. Vers asfalt reflecteert slechts 4 procent van het zonlicht, vergeleken met 25 procent voor grasland en tot 90 procent voor een wit oppervlak zoals verse sneeuw. Ongeveer 2 procent van het aardoppervlak is ingenomen door steden en is onderhevig aan een zeker niveau van stadsverwarming. Volgens het Amerikaanse Environmental Protection Agencyis New York City gemiddeld 1 tot 3 graden Celsius warmer dan het omliggende platteland, en tot 12 graden warmer op sommige avonden. Het effect is zo overweldigend dat sommige klimaatsceptici al hebben beweerd dat de opwarming van de aarde slechts een illusie is die wordt gecreëerd door duizenden meteorologische stations die ooit op het platteland stonden maar door de verstedelijking gaandeweg omringd werden door steeds meer gebouwen. Klimaatwetenschappers houden rekening met dit soort afwijkingen op metingen, dus de claim houdt geen stand. Niettemin is het effect echt. Dus, zegt een recente studie gepubliceerd in het tijdschrift Nature Geoscience, als donkere, warmte-absorberende oppervlakken onze steden verwarmen, waarom dan niet het effect omkeren en witte daken en andere lichtgekleurde oppervlakken installeren om de zonnestralen terug te kaatsen?

Witte daken van New York tot Melbourne

Tijdens een hittegolf, als de zon vrij spel heeft in een onbewolkte hemel, kan het creëren van lichtere landoppervlakken “helpen om extreme temperaturen te verlagen met 2 of 3 graden Celsius” in een groot deel van Europa, Noord-Amerika en Azië, zegt coauteur van de nieuwe studie Sonia Seneviratne, die landklimaat-dynamica bestudeert aan het Zwitserse Federale Instituut voor Technologie (ETH) in Zürich. Het zou levens kunnen redden, zegt ze, en hoe warmer het wordt, hoe sterker het effect.

Seneviratne staat niet alleen in het verdedigen van reflectie van zonlicht. Er zijn veel kleinschalige initiatieven in steden om dakoppervlakken meer weerspiegelend te maken. New York introduceerde bijvoorbeeld al in 2012 regels over witte daken in de bouwcodes. Vrijwilligers hebben in de stad bijna zeven miljoen vierkante meter daken die bedekt zijn met teer wit geverfd. Dit is echter slechts ongeveer 1 procent van het potentiële dakoppervlak.

Chicago probeert iets vergelijkbaars, en vorig jaar startte Los Angeles een programma om wegdekken in asfalt te overschilderen in lichtgrijze verf. Buiten de Verenigde Staten zijn er initiatieven rond koeldaken in steden zoals Melbourne. Dit blijven echter kleinschalige programma’s, de resultaten eerder anekdotisch. Belangrijk is daarom dat onderzoekers nu over de hele wereld bewijzen verzamelen die aantonen dat de voordelen van het omzetten van die 1 procent in 100 procent elk jaar vele levens kan redden.

Aangepaste landbouw

Keith Oleson van het National Center for Atmospheric Research in Boulder, Colorado, heeft gekeken naar wat er zou gebeuren als elk dak in grote steden over de hele wereld wit werd geschilderd. Hierdoor zou het weerkaatsingsvermogen van objecten – klimaatwetenschappers noemen dat de ‘albedo’ – toenemen van 32 procent vandaag naar 90 procent. Hij ontdekte dat het hitte-eilandeffect met een derde zou verminderen. Dat is genoeg om de maximale dagtemperaturen met gemiddeld 0,6 graden Celsius te verlagen, en meer in hete regio’s zoals het Arabische schiereiland en Brazilië.

Andere studies wijzen op nog grotere voordelen in de VS. In een publicatie uit 2014 toont Matei Georgescu van de Arizona State University aan dat “koeldaken” de temperaturen in Californië tot 1,5 graden kunnen verlagen en tot 1,8 graden in steden zoals Washington. Niet enkel de steden zijn gebaat bij een whitewashing, zo blijkt.

Seneviratne en haar team stelden voor dat ook landbouwers hun woongebieden kunnen verkoelen met andere landbouwmethoden. Gewijzigde methoden kunnen, toegepast over grote gebieden, volgens haar een aanzienlijk effect hebben. In Europa worden graanvelden bijna altijd kort na het oogsten geploegd. Hierdoor worden de velden grote, donkere oppervlakken die de zonnestralen gedurende de winter absorberen. Als het land echter niet meteen geploegd wordt, zouden de lichtgekleurde stoppels die na de oogst op de velden achterblijven ongeveer 30 procent van het zonlicht kunnen reflecteren, vergeleken met slechts 20 procent voor een veld dat meteen wordt vrijgemaakt. Dat klinkt misschien als een relatief triviaal verschil, maar berekend voor grote gebieden akkerland kan dat de temperatuur in sommige landelijke gebieden op zonnige dagen met wel 2 graden verlagen.

In Noord-Amerika komt vroeg ploegen veel minder vaak voor. Maar Peter Irvine, een onderzoeker op het gebied van klimaat en geo-engineering aan de universiteit van Harvard, heeft gesuggereerd dat ook gewassen zelf kunnen worden gekozen op basis van hun vermogen om zonlicht te weerkaatsen. In Europa kan bijvoorbeeld een graangewas zoals gerst, dat 23 procent van het zonlicht reflecteert, worden vervangen door suikerbiet, een economisch vergelijkbaar gewas dat 26 procent weerkaatst. Soms kunnen boeren met andere woorden eenvoudigweg meer reflectieve variëteiten kiezen om te kweken. Nogmaals, het verschil klinkt marginaal. Maar aangezien akkerland meer dan 10 procent van het landoppervlak van de aarde bedekt, ongeveer vijf keer meer dan steden, kan het potentieel aanzienlijk zijn.

Onaangename gevolgen voor andere regio’s

Op het eerste gezicht lijken dergelijke initiatieven zinvol als landen moeite hebben met de gevolgen van de klimaatverandering. Maar er is ook de bezorgdheid dat als grote delen van de wereld dergelijke beleidsmaatregelen nemen om lokale hittegolven te verminderen, dat tot merkbare en misschien onaangename gevolgen kan leiden voor de temperatuur en de regen in aangrenzende regio’s.

Voorstanders van lokale projecten, zoals het onderdrukken van het hitte-eilandeffect, zeggen dat ze enkel proberen om de gevolgen van onbedoelde geo-engineering door verstedelijking en de groei van akkerland, om te buigen. Bovendien stellen ze dat lokale aanpassingen alleen lokale effecten zullen hebben. “Als alle Franse boeren stoppen met ploegen in de zomer, zal de impact daarvan op de temperatuur in Duitsland verwaarloosbaar zijn”, stelt Seneviratne. “Lokaal beheer van zonnestraling verschilt van mondiale geo-engineering omdat het niet gericht is op de beïnvloeding van de globale temperatuur en globale effecten dus te verwaarlozen zijn”, zegt ze.

Het is enkel een “aanpassingsmaatregel”. Maar soms zijn de dingen niet zo eenvoudig. Het verlagen van de lokale temperaturen zou bijvoorbeeld de verdamping beperken en dus mogelijk de regenval kunnen beïnvloeden. Een modelstudie van Irvine concludeerde dat het rommelen met reflectie van zonlicht in grotere gebieden zoals woestijnen een “grote afname van de intensiteit van de Indiase en Afrikaanse moessons in het bijzonder zou kunnen veroorzaken.” Maar dezelfde studie concludeerde ook dat het veranderen van albedo in steden of op landbouwgrond waarschijnlijk geen significant effect zou hebben.

Steden afkoelen, levens redden

Wat wel duidelijk is, is dat het aanpakken van het hitte-eilandeffect door het vergroten van zonne-reflectie niet voldoende is om de klimaatverandering af te weren. Volgens berekeningen van Oleson zou het witten van elk stedelijk dak en plein ter wereld, de opwarming van de aarde slechts met elf jaar vertragen. Maar de potentiële waarde van het verlichten van de meest ernstige gevolgen van oververhitting in steden, kan wel levens redden.

Het hitte-eilandeffect kan een moordenaar zijn. Contra-intuïtief is het grootste effect vaak ’s nachts. Kwetsbare mensen zoals ouderen die overdag last van de hitte hebben, hebben de nacht nodig om opnieuw af te koelen. Zonder die mogelijkheid kunnen ze bezwijken aan hitteberoerte en uitdroging.

Uit onderzoek van deze maand blijkt dat temperatuurpieken ook een piek in hartaanvallen veroorzaken. Dit gebeurde tijdens de grote Europese hittegolf van 2003, waarbij ongeveer 70.000 mensen omkwamen, meestal in huizen zonder airconditioning. Artsen zegden dat de moordenaar niet zozeer de dagtemperatuur van 40 graden Celcius of hoger was, maar het feit dat de nachten warmer dan 30 graden bleven. Dergelijke nachtmerries zullen waarschijnlijk in de toekomst steeds vaker voorkomen, omdat het stedelijk gebied toeneemt, en door de klimaatverandering.

Rekening houdend met de voorspelde stadsuitbreiding in de VS deze eeuw “kan worden verwacht dat de temperatuur dichtbij het aardoppervlak met 1 à 2 graden Celsius stijgt over grote regionale delen van het land”, stelt Georgescu’s paper uit 2014. Vergelijkbare scenario’s bedreigen andere delen van de wereld die snel verstedelijken, waaronder China, India en Afrika. Van deze gebieden wordt verwacht dat ze hun stedelijk landoppervlak in 2030 verzesvoudigen ten opzichte van 1970. “Kwetsbare bevolkingsgroepen worden zo blootgesteld aan de door het landgebruik aangestuurde klimaatverandering.” Verschillende studies suggereren dat de klimaatverandering zelf het hitte-eilandeffect kan aanwakkeren. Richard Betts van het Britse Met Office Hadley voorspelt dat dit op sommige plaatsen het verschil tussen stedelijke en landelijke temperaturen met wel 30 procent zal verhogen, vooral in het Midden-Oosten en in Zuid-Azië, waar sterfgevallen tijdens hittegolven al veel voorkomen.

De combinatie van stijgende temperaturen door de klimaatverandering en een hoge luchtvochtigheid zal naar schatting grote delen van het Perzische Golfgebied als eerste in de wereld onbewoonbaar maken. En een studie die in februari werd gepubliceerd, voorspelde dat de temperaturen tot 10 graden kunnen stijgen in de meeste Europese steden tegen het einde van de eeuw. Geen wonder dat de roep naar verkoeling van steden steeds luider klinkt.

Niet wit maar groen

Een andere optie is niet om daken wit te spuiten, maar om er groendaken van te maken. Dit wordt al in verschillende steden toegepast. In 2016 werd San Francisco de eerste Amerikaanse stad die de aanleg van groendaken op sommige nieuwe gebouwen verplicht maakte. New York kondigde vorig jaar een programma aan van 100 miljoen dollar voor het koelen van buurten door middel van de aanplant van bomen.

Dus, wat is er beter, een wit dak of een “groen” dak? Volgens Georgescu is het direct koelende effect van witte daken groter. Vincenzo Costanzo van de Universiteit van Reading, heeft een vergelijkbare conclusie met betrekking tot Italiaanse steden. Maar groendaken hebben nog andere voordelen. Een onderzoekin Adelaide, Australië, heeft aangetoond dat ze naast koeling in de zomer ook dienen als isolerende laag om gebouwen warmer te houden in de winter.

Derde optie

Er is ook nog een derde optie: daken bedekken met fotovoltaïsche cellen. Die zijn donker en reflecteren dus niet veel zonnestraling in de ruimte. Maar dat komt omdat het net hun taak is om de energie te vangen en om te zetten in duurzame elektriciteit. Zonnepanelen “koelen dagtemperaturen af op een manier die vergelijkbaar is met het vergroten van albedo via witte daken”, stellen wetenschappers van de University of New South Wales. Uit hun onderzoek, dat vorig jaar verscheen in het tijdschrift Scientific Reports, bleek dat zonnepanelen in een stad als Sydney in Australië, de temperatuur tot 1 graad konden verlagen. Dat is de theorie. De vraag is of het ook in de praktijk zal werken. Onderzoek naar de invloed op lokale temperaturen van grote zonneparken in woestijnen heeft immers tegenstrijdige bevindingen opgeleverd. Want terwijl ze wel verhinderen dat de zonnestralen het woestijnoppervlak bereiken, werken ze ’s nachts ook als een isolerend deken, waardoor het woestijnzand de opgenomen warmte minder goed kan afgeven. De conclusie is dan dat lichte, reflecterende oppervlakken een grote impact kunnen hebben bij het afkoelen van de omgevingslucht – in steden, maar ook op het platteland. Witgekalkte muren, fotovoltaïsche cellen en velden vol stoppels kunnen allemaal zorgen voor lokale verlichting tijdens de broeierige decennia die eraan komen. Maar beleidsmakers pas op. Het werkt niet altijd zo. Er kunnen onbedoelde gevolgen zijn, zowel voor de temperatuur als voor sommige andere aspecten van het klimaat zoals de regenval. Zelfs lokale geo-engineering moet dus met zorg worden behandeld.

Dit artikel is eerder verschenen op YaleEnvironment360

Contractdatum bepaalt fiscaal voordeel dakisolatie

De Vlaamse regering geeft geen fiscaal voordeel meer voor contracten voor dakisolatie die worden getekend vanaf 1 januari 2017. Voor die contracten blijven nog wel de premies van de distributienetbeheerders bestaan. Daarnaast gelden vanaf 2017 verhoogde tegemoetkomingen voor totaalrenovaties. Voor contracten voor dakisolatie die tot en met 31 december worden getekend, zal de belastingvermindering wel nog gelden. De begunstigden krijgen tot 31 maart de tijd om de werken te laten uitvoeren. In het Vlaams parlement raadde minister Tommelein kandidaat-verbouwers aan om niet te aarzelen met de uitvoering van dakisolatiewerken.

Foto